Voor mij volgde een heel verwarrende tijd. Want ik was blij iemand te ontmoeten die ook van alles kon
waarnemen wat anderen niet konden zien, horen of voelen. Annemarie geloofde mij, verklaarde me niet voor gek, en kon vaak hetzelfde waarnemen als ik. Als ik een kleur kon zien, kon zij 'horen' of 'weten' welke kleur er
was. Soms nam ik iets waar dat ik niet kon verklaren, en dan gaf Annemarie mij het antwoord. Maar ondertussen moest ik worstelen met mijn verstand. Waar ben je mee bezig? Hoe kan er een hele wereld
opengaan, die eerst niet eens voor jou bestond? Als Annemarie mij dingen vertelde die belachelijk ongeloofwaardig klonken, over onze gidsen of vorige levens, dan wist ik toch dat ze de waarheid sprak.
Verstandelijk gesproken was het onzin, onmogelijk, maar ik toch wist ik dat ze niet loog. Dat het waar was. Dat was een rustig, innerlijk weten. Het viel niet te combineren met mijn oude logica en wetenschappelijke
opvattingen.
Annemarie kon de beelden die ik haar beschreef verklaren. "Vannacht had ik toch weer zo'n vreemd beeld", vertelde ik haar eens. "Ik werd midden in de nacht wakker. Boven mij hing een
wezen, een vreemd soort wezen, een beetje foetus-achtig."
"Ja, ik zie hem," zei Annemarie, "Hij is groen."
"Dat klopt," zei ik, al niet eens meer verbaasd dat zij met me mee kon kijken. "Het
wezen hing daar echt, ik was geen onzichtbare toeschouwer die naar hem keek. Hij zag mij en keek me aan. Ik lag eerst bijna verlamd te kijken, maar toen vroeg ik me af of dat wezen mijn hulp nodig had. Hij had dunne
armpjes met stomp-achtige vingertjes. Opeens stak hij een arm naar me uit. Ik kon niet met hem praten, maar zonder er verder over na te denken stak ik ook mijn armen naar hem uit. Om hem te laten merken dat ik hem wilde
helpen als dat kon. Toen voelde ik me heel vreemd, heel warm, en hoe het kan begrijp ik nog steeds niet maar ik zakte weg in een roes."
Annemarie werd enthousiast. Dit was heel mooi, zei ze, want dat
foetus-achtige wezen was ik nou zelf. Ik was getransformeerd, opnieuw geboren, en had hulp nodig van mijzelf als aards wezen in dit leven om tot volwassenheid te kunnen komen. Door niet bang te worden en
door aan te geven dat ik wilde helpen had ik mijzelf geholpen.
Dit voorbeeld laat zien hoe ik, als psychologe, mooi voor joker stond omdat ik werkelijk geen enkele verklaring voor het beeld kon
bedenken. Annemarie's uitleg was juist, dat wist ik direct. Het wezen had met mij te maken. De wens om andere mensen te helpen heb ik altijd gehad. Maar ik moest eerst mijzelf
helpen groeien, mijzelf helpen om heel te worden en vertrouwen te krijgen.
Omdat Annemarie mijn beeld kon verklaren en ik zelf niet, kreeg ik als verstandsmens toch een flinke psychische knauw. Hoe
kon dit nou? Annemarie had helemaal geen bijzondere opleiding gehad, ze kon nog geen zin schrijven zonder spelfouten te maken en vaak sprong ze van de hak op de tak. Maar met haar gevoel en haar intuitie kwam ze tot een
kennis en een wijsheid waar ik met al mijn titels niet aan kon tippen. Ik voelde opeens zo veel en begreep er geen bal van. Mijn verstand kon me niet verder helpen. Ik moest echt leren voelen, en leren accepteren dat ik
langs deze "onwetenschappelijke" weg echt informatie over mensen en de wereld om mij heen kon krijgen.